Onderzoek Integratie Segregatie in Hoofddorp

Hallo,


Wij zijn Marjoleine, Marcel, Renée, Ellie en Dennis van de Hogeschool Leiden PABO 3.
Wij gaan in de komende maand een onderzoek houden over de integratie/segregatie in Hoofddorp. We hebben dit onderwerp gekozen omdat dit voor het grootste gedeelte van de groep dicht bij de belevingswereld staat.

We gaan in dit weblog de stand van zaken bij houden en onze tijdsplanning noteren. Ook zullen wij wanneer we dit kunnen vinden artikelen, filmpjes en andere media toevoegen.

Hierbij hopen we jullie genoeg informatie te hebben gegeven over het hoe en wat van ons onderzoek.

Groeten

Het onderzoeksteam


vrijdag 9 november 2007

Tabel autochtoon-allochtoon Hoofddorp





Conclusie tabel autochtoon-allochtoon Hoofddorp.

Bovenstaande tabel laat de verschillende wijken in Hoofddorp zien. In Hoofddorp wonen 64.152 inwoners, deze zijn verspreidt over 10 verschillende woonwijken. De grootste woonwijken zijn Overbos, Toolenburg en Floriande. Overbos en Toolenburg zijn de groeikernen van Hoofddorp. Floriande is een vinexwijk. Hier worden op dit moment nog steeds huizen opgeleverd.

De wijken Overbos, Toolenburg en Floriande kennen een groot aantal allochtone inwoners. Maar naar verhouding kent de wijk Graan voor Visch de meeste allochtone inwoners. Een derde van de wijk is allochtoon, terwijl het percentage in de andere wijken veel lager is. Hier schommelt het percentage tussen de 10 en 20 % met uitzondering van Floriande.

Als je de wijk Graan voor Visch vergelijkt met Vrijschot, een van de wijken met het minste percentage allochtonen, zie je een duidelijk verschil in de woningbouw, de ligging en de vraagprijs van de huizen. In de wijk Graan voor Visch staan voornamelijk goedkope huurwoningen. Veel van deze woningen zijn twee-kamer appartementen en kleine ééngezinswoningen. In Vrijschot staan daarintegen twee onder een kap, vrijstaande huizen en kunnen er lossen kavels gekocht worden. Dit laat al een groot verschil zien in de hoge en lagere sociale milieus in de verschillende wijken.

Bij allochtone gezinnen is er vaak maar één inkomen. Hierdoor zijn de woningen in Graan voor Visch erg aantrekkelijk voor deze bevolkingsgroep.
De wijk Graan voor Visch staat ook bekend in de gemeente als de wijk met de minst betrokken inwoners, de saaiste woningbouw en de wijk waar het niet prettig wonen is. Meer dan de helft van de inwoners ervaart overlast van criminaliteit.
Dit geeft aan waarom de betere sociale milieus niet voor deze wijk kiezen.

Het boek Intercultureel onderwijs ( 2.10 ) in de praktijk geeft ook aan dat:
Achterstand op de arbeidsmarkt nauw samen hangt met de andere achterstanden die elkaar versterken. Achterstand op de arbeidsmarkt --> lagere inkomens --> slechtere woonomgeving. Woonomgeving staat in contact met het onderwijs, wanneer beide niet optimaal zijn zorgt dat weer voor een achterstand van de volgende generatie.
De achterstand kan leiden de ontwikkeling van afwijkende levenstijlen. Men kan het gevoel van eigenwaarde verliezen, dit kan leiden tot criminaliteit.
De achterstand op verschillende terreinen (verlies van eigenwaarde, afwijkende levenstijlen) leidt tot een afgrensbaar gebied. Het is moeilijk om uit deze positie te ontsnappen.

Wil de gemeente deze wijk een positieve uitstraling geven dan zijn krachtige overheidsingrijpen noodzakelijk. Een van de voornaamste ingrijpen is het onderwijs. Zodat de volgende generatie een beter sociaal milieu gaat vormen en niet in deze lage cirkel blijft hangen.

Resultaten van de enquete

Op 7 november zijn we de wijk in gegaan om onze enquetes te laten invullen. Allereerst zijn we in het winkelcentrum gaan staan. Helaas kwamen hier de meeste mensen boodschappen doen die niet uit deze wijk kwamen, dus hier hadden we niet heel erg veel aan. Vervolgens zijn we de wijk in gegaan. We kwamen een vrouw tegen die ons naar het buurthuis bracht. Dit buurthuis staat naast de school. Hier waren volop vrouwen en mannen die onze enquete wel wilde invullen. Ook hebben we mondeling veel informatie van deze mensen ontvangen.
Zelfs het bestuurslid vulde een enquete in en vroeg zelfs of we voor hem, tegen betaling, ook in de wijk Pax wilde enqueteren. Hij wilde graag onze resultaten inzien dus deze gaan wij naar hem e-mailen.

Onze bevindingen
De meeste mensen uit de wijk vonden dat de wijk al redelijk tot goed geintergreerd is. Daar kwam bij dat zij zowel met allochtonen als met autochtonen contact hebben. Ook in het Silogebouw komen beide groepen. Eén man gaf deze stelling die wij wel erg toepasselijk vonden: ‘Hoe beter het contact, hoe beter de leefbaarheid’. Deze stelling gaf hij bij de vraag of hij meer contact wilde met de andere bevolkingsgroep dan waar hij toebehoord.
Wel kregen we te horen van een autochtone vrouw dat vele mensen in hun eigen taal blijven spreken, vooral de oudere mensen. Dit is niet altijd even prettig.
Ook zei nog iemand dat hij de wijk redelijk geintergreerd vond maar dat hij wel vindt dat door de gemeente er wel meer financiele mogelijkheden geboden moeten worden.
We kwamen ook mensen tegen die de enquete niet wilde invullen omdat ze of geen tijd hadden of de Nederlandse taal niet goed genoeg begrepen. Een aantal mensen hebben we kunnen helpen om toch de enquete zo goed mogelijk in te vullen. Dit was vooral bij de oudere mensen.
De eigenaar van de Kebab-zaak had zelfs meer autochtone klanten dan allochtone klanten. Dit was voor ons wel een verassing! Ook de eigenaar van de groente-en fruitwinkel had hier ook wel mee te maken. Hij vond dan ook dat de wijk ‘Super’ geintegreerd was en dat hij met iedereen wel een praatje kon maken.

Onze conclusie is dat de wijk redelijk tot goed geintegreerd bevonden wordt door de mensen. Iedereen heeft het naar zijn zin. In het Silo-gebouw worden volop dingen georganiseerd waarbij allochtonen als autochtonen aan mee doen.
Het verbaasde ons wel dat de wijk zo goed geintegreerd is als je vanuit de mensen hoort, terwijl de gemeente toch wel negatief over deze wijk spreekt. Dit zal zijn omdat de rest van de wijken in Hoofddorp minder allochtone bevolkingsgroepen hebben.

vrijdag 2 november 2007

Artikel Hoofddorpse Courant

In de Hoofddorpse Courant stond een artikel over integratie in de wijk Graan voor Visch. In dit artikel wordt duidelijk gemaakt welke verschillende problemen het integratie proces vertragen of tegenhouden. Dit geldt ook zeker in de wijk Graan voor Visch. Dit is voor ons dus een heel goed artikel om meer te weten te komen over het integratie proces en dat dit dus wel te vergelijken valt met het landelijke probleem van integratie. Dit is voor ons een goede maatstaf naast onze enquete.

Hier het bericht:

http://epaper.bdu.nl/hc/epaper/4609022.htm

Tijdsregistratie

Bijlage 1

Tijdsregistratie:


27 september:

Brainstormen tijdens les over onderwerp.

Per Persoon 1 uur

28 september:

Weblog aangemaakt. Lay-out bedacht en verder gebrainstormd en ideëen uitgewisseld.

Per persoon 1 uur.

4 oktober:

Wijkwandeling Schilderswijk.

Per persoon 3 uur.

5 oktober:


Format ingevuld en taakverdeling gemaakt. Weblog bijgewerkt.

Per persoon 2 uur.

10 oktober:

Wijkwandeling Graan voor Visch.

Per persoon 3 uur.

12 oktober:


Achtergrondinformatie gezocht. Weblog bijgewerkt.

Per persoon 2 uur.

16 oktober:

Uitwerking begrippen. Weblog bijgewerkt.

Per persoon 2 uur

17 oktober:

Maken van enquete.

Per persoon 1 uur.


31 Oktober:

Aanpassen enquete. Meer achtergrondinformatie zoeken.

Per persoon 2 uur.

1 november:

Opnieuw aanpassen enquete. Weblog bijgewerkt.

Per persoon 1 uur.

2 november:

Weblog bijwerken. Tijdsplanning bijwerken. Maken van een voorwoord.
Begin maken van het verslag.

Per persoon 2 uur.
5 november:

Alles voor het verslag netjes onder elkaar gezet
Per persoon 1 uur.

7 november:

Enquetes afgenomen in de wijk Graan voor Visch.
Per persoon 2 uur.

9 november:

Conclusie van enquetes uitwerken. Weblog bijwerken.
Verslag verder maken en informatie uitwerken. Mail gestuurd naar de school.
Per persoon 3 uur.
14 november
Verslag afmaken. Powerpoint maken. Presentatie voorbereiden.
Per persoon 3 uur.

15 november
Presentatie onderzoek kleur.
Per persoon 20 minuten.

Achtergrondinformatie 2

Om een antwoord te kunnen geven op de subvraag "hoe de verdeling is van allochtonen-autochtonen in de verschillende wijken", willen we allereerst meer weten over de ontwikkeling van Hoofddorp/Haarlemmermeer.
In de informatie die wij van de gemeente hebben ontvangen, stond het volgende wat ons kan helpen om een antwoord te geven op deze vraag.
Het gaat voornamelijk over de ontwikkeling op gebied van ruimtelijke als sociale verandering in de Haarlemmermeer en daarbij de gevolgen.

Ruimtelijke ontwikkeling en sociale verandering in Haarlemmermeer van tijd tot tijd.

Voor de oorlog:
Ruimtelijke ontwikkeling
- In de begintijd van Haarlemmermeer vormden zich aan de ringdijk diverse leefgemeenschappen. Een aantal leefgemeenschappen heeft zich ontwikkeld tot dorpen en kernen met enkele basisvoorzieningen. Alleen de dorpen Hoofddorp en Nieuw Vennep zijn in de begintijd van de plder planmatig gesticht. Met hun centrale liggeing kregen ze een verzorgingsfunctie voor de polder.

Sociale verandering
- De verschillende herkomst van de eerste bewoners, gevoegd bij de slechte leefomstandigheden, maakten dat de leefgemeenschappen aanvakelijk niet zeer hecht waren.

Jaren vijftig:
Ruimtelijke ontwikkeling
- Na een korte fase van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog volgenden vanaf de jaren vijftig nieuwbouwprojecten van kleine omvang in Haarlemmermeer. Het rijksbeleid was gericht op het zeveel mogelijk vrij houden van de agrarische gebieden rond de steden, waaronder Haarlemmermeer.
- Deze neiuwbouwprojecten vonden vooral plaatgs in de grotere kernen Hoofddorp, Nieuw Vennep, Badhoevedorp en Zwanenburg, maar ook enkele kleine kernen hebben zo enige groei doorgemaakt.
- De onderbouwing van projechtmatige woningbouw in Haarlemmermeer was meestal een combinatie van het versterken van het draagvlak voor lokale voorzieningen, het voorzien in de plaatselijke woningbehoefte en die van een groeiende groep elders wonende Schipholwerkers.

Sociale verandering
- De soms relatief sterke groei van dorpen leidde tot enige instroom van personen zonder binding met Haarlemmermeer. Een grote instroom vanuit de steden bleef vooralsnog uit. De woningproductie was daarvoor te gericng en bovendien was Haarlemmermeer voor stedelingen niet aantrekkelijk genoeg.
- In sociaal en vooral cultureel opzicht onderscheidde de plattelandsbevolking zich nog duidelijk van de bevolking in de steden.

Jaren zestig
Ruimtelijke ontiwkkeling
- In 1964 verscheen het eerste structuurplan voor Haarlemmermeer. Sindsdien vindt groei steeds meer planmatig plaats.
- In de grote steden werd steeds vaker onvergestapt op grootschalige projecten (wijkgewijze bouw), voornamelijk hoogbouw van het type gelerijfltast. Haarlemmermeer werd gevrijwaard vand eze grootschalige industriële woningbouw.
- Vanuit de steden kwam meer vraag naar laagbouwwoningen met tuinen in een rustige groene omgeving op gang, buiten wonen maar wel nabij de centrale stad.
- Voor haarlemmermeer betekende dti dat de argumenten voor woningbouw om te kunnen voorzien in de plaatselijke woningbehoefte steeds meer overvleugeld werd door de woningbehoefte vanuit de omliggende steden. Dit werd in de goedkopere woningmarktsegmenten gekanaliseerd via sociale en economische bindingseisen.

Sociale verandering
- De nieuwe inwoners van de gemeente waren voornamelijk afkomstig uit de omliggende grote steden. Het traditionele verscil tussen de stedelijke en de plattelandscultuur werd in deze periode snel kleiner. Er bleef wel een verschil bestaan; de nieuwe Haarlemmermeerse ‘stedelingen’ vestigden zich in de niuewe woongebieden. Zij bleven aanvankelijk gericht o de steden waar zij vndaag kwamen. Geboren en getogen Haarlemmermeerders woonden in hechte gemeenschappen in de oudere wijken en kernen.

Jaren zeventig
Ruimtelijke ontwikkeling
- Eind jaren zestig nam het woningtekort in Haarlemmermeer sterk toe als gevolg van demografische aspecten (de babyboomgeneratie vloog uit) en een snel groeiende werkgelegenheid op het Schipholcomplex. Ook zou de woningbehoefte vanuit de steden sterk toenemen als gevolg van de welvaartsontwikkeling.
- Het Rijk had in de Tweede Nota over de Ruimtelijke Ordening het overloopbeleid ontwikkeld met het doel de woningbehoeft vanuit de steden op te vangen in groeikernen aan de buitenkant van de Randstad en in Flevoland. Dit om het open landschap zoveel mogelijk te sparen en tegelijkertijd te voldoen aan de massale vraag naar laagbouw.
Vanaf deze periode werden wijken steeds meer ontworpen voor de toenemende minddengroepn. Er kwam eenomslag naar uimte eengezinswoningen in een rij, die gebouwd zouden worden in overzichtelijke kleine buurten in vrij lage dichtheden. Het aantal flats tussen de 10 en 20%.
- Ook Haarlemmermeer kreeg te maken met de nieuwe inzichten. Na moeizame onderhandelingen met provincie en rijk (want in strijd met het nationale ruimtelijk beleid) kon Haarlemmermeer de eerste meer grootschalige woonwijken ontwikkelen. In de periode 1972 – 1979 werden in Hoofddorp de Graan voor Visch en Pax gebouwd en in Nieuw Vennep Linnquenda.

Sociale verandering
- Demografisch betekende de bouw van de grootschaligere woonwijken een instroom van overwegend jongere gezinnen met kinderen vanuit de omliggende steden. Het verlangen naar een eengezinswoning met een tuin was groter dan een wens dichter bij werk te wonen. Het verval van woonwijken in de steden zoals die zich in de loop van de jaren zeventig aftekende, vergrootte deze suburbanisatiedruk.
- Buiten deze nieuwe wijken blijft de Haarlemmermeerse bevolking geworteld in het verleden en verbonden met de ontstaansgeschiedenis van de polder. De bevolking is in deze periode in te delen in ‘de gewortelden in de polder’ en ‘de nieuwkomers’ uit de steden. Het verschil in cultuur en leewijze en gedrag tussen deze groepen wordt echter steeds kleiner.

Jaren tachtig
Ruimtelijke ontwikkeling
- Nog steeds behoorde de Haarlemmermeer niet tot de groeikernen of tot een stadsgewest. Haarlemmermeer zou als een agrarische gemeente een groene buffer vormen tussen de omliggende stedelijke gebieden.
- De toenemende woningbehoefte in de noordvleugel van de Randstad leidde er uiteindelijk toe dat het ruimtelijke beleid werd aangepast.
- De wijk Bornholm die begin jaren tachtig werd gebouwd, had alle kenmerken van een groeikernwijk. Uiteindelijk kreeg Haarlemmermeer een groeikernstatus en de opdracht om ruim 10.000 woningen te bouwen op de locaties Overbos en Toolenburg.

Sociale verandering
- De demografische ontwikkeling uit de jaren zestig en zeventig zette zich voort in de jaren tachtig, maar nu met een officiele groeikernstatus. Van de nieuwbouw was 40% bestemd voor woningzoekende uit Zuid-Kennemerland.

Jaren negentig
Ruimtelijke ontwikkeling
- In de loop van de jaren negentig werd het groeikernbeleid losgelaten. Er kwam meer aandacht voor de grote stedenproblematiek en het versterken van de steden. De regio rondom Amsterdam (het ROA-gebied) vormt een woningmarkt waarbinnen en principe sprake is van vrije vestiging.
- Haarlemmermeer kreeg een VINEX-taakstelling. Ook de VINEX-wijken werden gedomineerd door de wijkgedachte. Er zijn wel verschillen met de wijken die in de groeikerntijd werden gebouwd. VINEX-locaties bevatten over het algemeen meer middeldure en dure koopwoningen, bedoeld om de doorstroming in bestaand stedelijk gebied te stimuleren.
- Er kwam meer variatie in de architectuur en stedenbouwkundi ontwerp als reactie op de kritiek op de saaie eenvormigheid die veel groeikernwijken kenmerken.

Sociale verandering
- De vrouwenemancipatie die zich in de jaren zestig en zeventig in een rap tempo voltrok, had pas later effect op de deelname van vrouwen aan het arbeidsporces. In de jaren negentig werd het effect duidelijk zichtbaar. De nieuwe inwoners waren nog steeds gezinnen met jonge kinderen, maar in toenamende mate met twee verdienende ouders en dus welvarender dan de gezinnen die in de jaren zestig tot en met tachtig de gemeente instroomden.
- De vrije vestiging binnen het ROA-gebied heeft geleid tot extra druk op de sociale huursector en een instroom van andere huishoudentypes in Haarlemmermeer. In de loop van de jaren negentig zien we een toename van de instroom van allochtone ouders in zowel de sociale huursector als de dure koopsector.

In Hoofddorp heb je deze verschillende wijken:
- Centrumgebied
o Hoofddorp zuidwest
o Hoofddorp oost

- Eerste grootschalige wijken
o Graan voor Visch
o Hoofddorp Pax
o Nieuw Bennep Linquenda

- Groeikernen
o Hoofddorp Bornholm
o Hoofddorp Overbos
o Hoofddorp Toolenburg

- Vinexwijken
o Hoofddorp Floriande

Beleving van de gebouwen en woningen
Bewoners van alle wijktypen vinden de bebouwing in hun woonbuurt eerder fleurig dan grauw, eerder mooi dan lelijk, maar eerder saai dan boeiend. Het wijktype luxe bouw is door bewoners vooral als fleurig en mooi aangeduid. Voor de VINEX-wijken geldt dit in iets mindere mate. Over de bebouwing van de erste grootschalige wijken en groeikernen zijn bewoners relatief minder te spreken. Het oordeel is hier iets vaker lelijk dan mooi. En daar kunnen wij wel iets in vinden. Wij hebben een wijkwandeling gemaakt door de wijk Graan voor Visch. Voornamelijk staan er grote flats, met een saaie steen. Wel liggen de flats (en huizen) niet direct op elkaar waardoor er wel ruimte ontstaat. Verder is het een beetje grauw en saai.
Zie verslag en foto’s wijkwandeling hieronder:

Beleving van de woonomgeving
Bewoners van historische kernen en luxe bouw zijn het meest extreem in hun typering; ruim, dorps en natuurlijk. Echter, hoe nieuwer het wijktype hoe minder ruim, dorps en natuurlijk het wordt gezien. Voor groeikernen en VINEX-wijken geldt dit nog meer. Ze neigen duidelijk meer naar beton. Bewoners van grootschalige wijken beleven hun woonomgeving op een manier die het mdden houdt tussen stads en dorps, met overgens een kleine neiging naar dorps. Toolenburg is de enige wijk die door de bewoners als stads wordt aangeduid. De voorzieningen vinden de inwoners van de meeste wijktypen van goede kwaliteit, met uitzondering van enkele historische kernen. Of er voldoende of onvoldoende voorzieningen zijn, ervaren de inwoners in de diverse wijktypen zeer verschillend. Uit onze enquete is naar voren gekomen dat de meeste voorzieningen niet geheel goed zijn. Wel de speelvoorzieningen zijn goed georganiseerd. De wijk ligt wel vlak aan het centrum van Hoofddorp.

Beleving van de mensen in de wijk.
Naarmate een wijktype ruimtelijk moderner is – aan de hand van bouwjaar van de wijk of kern -, wordt ook de sociale omgeving door de inwoners als moderner getypeerd. Betrokkenheid varieert sterk per wijktype. Grofweg geldt dat hoe verder terug in de tijd het wijktype is gebouwd, hoe meer betrokkenehid inwoners ervaren.
Alle wijktypen van de gemeente tenderen naar homogeen, dat wil zeggen dat er sprake is van groepen met overeenkomstige normen en waarden of culturele achtergronden. Toch zijn er wel een paar wijken en wijktypen waarbinnen inwoners meer neigen naar een multiculturele typeringen. Dat zijn de eerste grootschalige wijken zoals Graan voor Visch.

donderdag 1 november 2007

Vragenlijst buurtbewoners

Tot welk geslacht behoort u?
□ Man
□ Vrouw

Tot welke leeftijdsgroep behoort u?
□ 0-25 jaar
□ 25-50 jaar
□ 50-75 jaar
□ 75-100 jaar

Woont u in de wijk Graan voor Visch?
□ Ja
□ nee

Heeft u in de buurt het meeste contact met de allochtone of de autochtone buurtbewoners?
□ Allochtone buurtbewoners
□ Autochtone buurtbewoners

Onderneemt u in de wijk activiteiten met autochtone buurtbewoners:
□ Ja, zoals….
□ Nee, omdat…

Onderneemt u in de wijk activiteiten met allochtone buurtbewoners:
□ Ja, zoals….
□ Nee, omdat…

Kent u het wijkgebouw de Silo?
□ Ja
□ Nee
Zo ja, aan wat voor activiteiten doet u mee en hoe vaak?
………………………………………………………………………………………….

Welke groep mensen doen er aan deze activiteiten mee?
□ Autochtoon
□ Allochtoon
□ Gemengd

Heeft u behoefte aan meer contact met de andere groep buurtbewoners dan waar u toe behoort?
□ Ja, want…
□ Nee, want…

Wat vindt u van deze wijk:
□ Goed geïntegreerd
□ Redelijk geïntegreerd
□ Redelijk gesegregeerd
□ Helemaal gesegregeerd

Waarom vindt u dit (gekozen antwoord vorige vraag)?
…………………………………………………………………………………

dinsdag 16 oktober 2007

Uitwerking begrippen

Hier worden vier begrippen uitgelegd die te maken hebben met ons onderzoek:

Segregatie
  • Ruimtelijke segregatieMeestal wordt met segregatie ruimtelijke segregatie bedoeld. Er is sprake van ruimtelijke segregatie als de verdeling van een bepaalde groep over een gemeente anders is dan de verdeling van een andere groep in die gemeente. De concentratie van allochtone bevolking in bepaalde stadswijken betekent een ruimtelijke scheiding van de allochtone en autochtone bevolking. Hier is segregatie bedoeld als toestand. Er kan ook verwezen worden naar het proces waarin dit tot stand komt. De term segregatie kan ook nog verwijzen naar de handelingen die tot scheiding leiden.
  • Sociale segregatieSociale segregatie verwijst naar het isolement van een gesegregeerd wonende bevolkingsgroep als gevolg of juist als oorzaak van ruimtelijke segregatie. Het Sociaal en Cultureel Planbureau pleit om hiervoor niet het woord segregatie te gebruiken.Verkenning & Strategie deed dit wel in zijn scenario's. Ook worden wel de begrippen maatschappelijke segregatie of culturele segregatie gebruikt.
Integratie: (sociologie)
  • Integratie is een veelgebruikte term voor het samenwerken en samenleven van bevolkingsgroepen in de maatschappij. Ongeveer 10 procent van de Nederlandse bevolking hoort bij een minderheid. Het doel van het integratiebeleid is een samenleving waaraan iedereen actief en volwaardig meedoet en waarin mensen allemaal op dezelfde manier worden behandeld. Gelijke behandeling is een belangrijk uitgangspunt van het integratiebeleid.

Allochtoon

  • Persoon die woonachtig is in Nederland en van wie tenminste één ouder is geboren in het buitenland. Wie zelf in het buitenland is geboren hoort tot de eerste generatie, wie in Nederland is geboren hoort tot de tweede generatie (definitie CBS).
  • 1e generatie allochtoonPersoon is zelf in buitenland geboren en heeft ten minste één in het buitenland geboren ouder (definitie CBS).
  • 2e generatie allochtoonPersoon is in Nederland geboren en heeft ten minste één in het buitenland geboren ouder (definitie CBS).
  • 3e generatie niet-westers allochtoonPersoon van wie beide ouders in Nederland zijn geboren en van wie ten minste één grootouder in een niet-westers land is geboren (definitie CBS). Deze definitie is later toegevoegd om wat over de omvang van het nageslacht van de tweede generatie allochtonen te kunnen zeggen. Volgens de definities van 'autochtoon' en 'allochtoon' zijn derde generatie allochtonen namelijk autochtonen en verdwijnen ze in de statistieken.

Autochtoon

  • Iemand is autochtoon als beide ouders in Nederland zijn geboren, ongeacht het land waar iemand zelf is geboren (definitie CBS).

http://www.forum.nl/trendsite/begrippen.html